“Soms vertelt je lichaam een verhaal dat je hoofd nog niet wil horen.”
Pas op mijn 25e ontdekte ik dat ik een KOPP-kind was: een Kind van Ouders met Psychische Problemen. Tot die tijd dacht ik dat mijn manier van leven normaal was. Sterk zijn. Doorzetten. Zorgen voor anderen. Mijn eigen gevoelens parkeren.
Tot mijn lichaam aan de noodrem trok.
Ik was 25 jaar. Ik had mijn master op zak, een leuke baan, een huis samen met mijn vriend en voor de buitenwereld leek alles op orde. Maar vanbinnen droeg ik veel meer dan ik zelf doorhad.
Op een dag reed ik terug naar huis van mijn werk toen ik steken kreeg in mijn linkerschouder. Dat gebeurde vaker, dus ik schonk er weinig aandacht aan. Even doorademen, dacht ik. Dat gaat wel weer over.
Maar dit keer ging het niet weg.
Sterker nog: de pijn werd erger. Mijn ademhaling werd oppervlakkig, ik werd licht in mijn hoofd en voelde een onrust die ik niet kon verklaren. Toen ik stopte bij een benzinestation en de huisartsenpost belde, ging alles ineens heel snel. Een ambulance kwam ter plaatse en niet veel later lag ik in het ziekenhuis aan de hartbewaking. Mijn man was bij me en mijn ouders wisten van niks.
Ineens werd iets wat ik had weggewuifd als stress of vermoeidheid een mogelijke medische noodsituatie.
Het moest toch iets lichamelijks zijn?
De dag die volgde bestond uit hartfilmpjes, scans, onderzoeken en gesprekken met artsen.
Ik was bang.
Niet alleen omdat ik mij lichamelijk slecht voelde, maar ook omdat hartproblemen in mijn familie voorkomen. Toch kwam uiteindelijk het verlossende nieuws: mijn hart was gezond.
Maar waarom voelde ik me dan zo slecht?
Waarom had ik nog steeds pijn?
Waarom waren mijn maag en darmen volledig van slag?
Uiteindelijk bleek er niets mis met mijn hart. Mijn lichaam had aan de noodrem getrokken omdat ik veel langer had gedragen dan ik zelf besefte.
Ik vroeg aan de arts waarom ik nog steeds steken in mijn linkerschouder had. Hij wist het niet, maar een co-assistent zei:
"Daar zit een maagpunt."
Om de een of andere reden sloeg ik dat op, zonder verstand van acupunctuur te hebben. Later werd me duidelijk wat daarachter zat.
De volgende dag zat ik bij mijn huisarts.
Ik vertelde over mijn klachten en hij luisterde aandachtig. Daarna stelde hij een vraag die ik niet had verwacht:
"Hoe gaat het eigenlijk verder met je?"
Ik vertelde over mijn moeder. Over haar psychische ziekte en opname. Over alles wat er thuis speelde.
Zijn antwoord verraste me.
"Je bent uit balans."
Die woorden kwamen harder binnen dan alle onderzoeken in het ziekenhuis.
Ik weet nog precies wat ik dacht:
"Hoe bedoelt u, uit balans? Het zit toch niet tussen mijn oren?"
Ik voelde schaamte. Verwarring. Misschien zelfs wat boosheid.
In ons gezin was er weinig ruimte voor emoties. Je ging door. Je hield je groot. En ziek worden van gevoelens? Dat was al helemaal geen optie.
Toch adviseerde hij mij om met een praktijkondersteuner te praten.
Een naam voor wat ik al mijn hele leven deed
Tijdens die gesprekken hoorde ik voor het eerst de term KOPP-kind: Kind van Ouders met Psychische Problemen.
Ineens vielen allerlei puzzelstukjes op hun plek.
Ik leerde dat veel KOPP-kinderen al jong verantwoordelijkheden dragen die eigenlijk niet bij een kind horen. Dat ze leren zorgen, aanpassen en doorgaan. Dat ze meester worden in het aanvoelen van anderen, terwijl ze hun eigen behoeften steeds minder goed herkennen.
De praktijkondersteuner vertelde mij iets wat ik nooit zal vergeten.
Dat het, gezien mijn achtergrond, bijzonder was dat ik mijn leven zo goed op de rit had gekregen. Dat ik mijn studie had afgerond, een stabiele relatie had opgebouwd en mijn weg had gevonden.
Tegelijkertijd vertelde ze dat veel KOPP-kinderen later in hun leven tegen uitdagingen aanlopen, bijvoorbeeld op het gebied van mentale gezondheid, verslaving, relaties of het vinden van zichzelf.
Voor het eerst keek ik niet naar wat ik tekortkwam, maar naar wat ik had doorstaan.
Dat was een reality check.
Wat ik nu weet
Terugkijkend besef ik dat mijn lichaam op de rem trapte omdat ik dat zelf niet deed en dat een ziekenhuisopname nodig was om mij zover te krijgen.
Jarenlang had ik gevoelens weggestopt, verantwoordelijkheid gedragen en signalen genegeerd. Tot mijn lichaam uiteindelijk zei:
"Nu is het genoeg."
Die ziekenhuisopname bleek achteraf geen eindpunt, maar een beginpunt.
Het was de start van een weg naar meer bewustwording, zelfzorg en heling.
Een proces waarin ik ontdekte dat kracht niet betekent dat je alles maar moet blijven dragen.
En dat kracht betekent je diepste gevoelens aan te gaan en te leren luisteren naar je lichaam.