Mijn zwangerschap was erg prettig. Ik werkte, sportte en voelde me zelfs sterker dan ooit tevoren. Ik had zwangerschapsdiabetes, maar de metingen waren volgens het boekje. De controles waren goed en ik had vertrouwen in mijn lichaam.
Misschien wel té veel vertrouwen.
Ik keek zelfs uit naar de bevalling. Ik had zoveel verhalen gehoord over de vrouwelijke oerkracht en het vertrouwen in je lichaam. Ik verlangde ernaar die kracht zelf te ervaren. Maar mijn bevalling werd niet het verhaal waarop ik had gehoopt. Het werd een traumatische ervaring.
Mijn vliezen braken
Bij 38 weken zwangerschap braken onverwachts mijn vliezen. Ik zat net in mijn verlof. Vol spanning belde ik de verloskundige en daarna mijn man. Het was begonnen. Onze dochter kwam eraan.
Of dat dacht ik.
Want uren later was er nauwelijks iets veranderd. De weeën kwamen langzaam op gang en van ontsluiting was amper sprake. Die nacht lukte slapen niet meer.
Van vertrouwen naar uitputting
De volgende ochtend begonnen de echte weeën. Ik bleef rustig, ademde erdoorheen en mijn man steunde me waar hij kon. Maar de uren verstreken en de ontsluiting kwam nauwelijks op gang. Omdat mijn vliezen al bijna 24 uur gebroken waren, moest ik naar het ziekenhuis. Iets wat ik juist had willen voorkomen. Langzaam viel mijn geboorteplan uit elkaar.
Ik kreeg wee-opwekkers. De weeën werden heftiger. Intenser. Onverbiddelijk.
Ondertussen viel de hartslag van onze dochter regelmatig weg en moesten er dingen gebeuren die ik liever niet wilde, maar die noodzakelijk waren.
Toen niets meer werkte
Na anderhalve dag in het bevalproces had ik pas vier centimeter ontsluiting. Vier!
Mijn lichaam trilde van vermoeidheid en ik besloot een ruggenprik te nemen. Tot mijn frustratie werkte die maar voor de helft. Aan één kant voelde ik verlichting. Aan de andere kant voelde ik alles. Twee nachten zonder slaap:
Geen rust.
Geen herstel.
Geen oerkracht.
Alleen overleven.
Het moment waarop alles kantelde
Tegen de ochtend viel ik eindelijk even in slaap. Niet veel later stond de kamer vol zorgverleners. De hartslag van onze dochter zakte opnieuw weg. Ineens hoorde ik woorden als:
"Tien centimeter ontsluiting."
"U mag gaan persen."
"We halen de vacuümpomp."
"Het wordt waarschijnlijk een keizersnede."
Binnen enkele seconden ging ik van half slapend naar compleet aan, mentaal dan want mijn onderlichaam voelde ik nauwelijks. De ruggenprik werkte. Niks persweeën, ik voelde hooguit wat druk aan de onderkant. Ik vertrouwde op instinct. Op aanwijzingen van de mensen om me heen. Op pure wilskracht.
De laatste meters
Er was haast. Urgentie. Druk.
De vacuümpomp werd geplaatst, er kwam een knip en na 41 uur bevallen was ze daar.
Onze dochter.
Wat niemand mij vertelde
Ze legden haar op mijn borst. Ik voelde geluk. Opluchting. Liefde.
Maar toen nog niet het verdriet dat eronder lag.
Iedereen had mij voorbereid op de kracht van bevallen. Niemand had mij verteld dat een bevalling ook traumatisch kan zijn. Dat je verdriet kunt voelen naast dankbaarheid. Dat je kunt rouwen om hoe het is gegaan, terwijl je tegelijkertijd intens gelukkig bent met je kind.
Ik kwam er trouwens pas een aantal maanden later achter dat het traumatisch was. Ik leefde in een roes, standje overleven stond aan en hormonen stuwden mij voort. Totdat mijn man vroeg: "Wanneer zou je nog een kindje willen?" En toen kreeg ik een knoop in mijn maag.
Op dat moment besefte ik hoeveel impact die bevalling nog op mij had.
Toch bleek die knoop in mijn maag niet het einde van mijn kinderwens.
Met hulp van een sessie bij een verloskundige coach en een healer leerde ik mijn bevalling anders te bekijken. En juist mijn kracht in het proces te erkennen. Inmiddels ben ik een miskraam én nog een dochter verder.
Genezing betekent niet dat het verleden verdwijnt. Het betekent dat het je leven niet langer bepaalt.
Trauma laat zich niet wegredeneren met een goede afloop. Je mag dankbaar zijn én verdrietig. Trots én teleurgesteld. Gelukkig met je baby én geraakt door de weg ernaartoe. Die gevoelens kunnen naast elkaar bestaan.
Voor jou die dit leest
Misschien lees je dit omdat jouw bevalling ook anders liep dan je had gehoopt. Dan wil ik je dit meegeven:
Je bent niet zwak.
Je hebt niet gefaald.
En je bent zeker niet alleen.
Soms is oerkracht niet zichtbaar in een perfecte bevalling. Soms is oerkracht simpelweg doorgaan wanneer je denkt dat je niet meer kunt.
Eén wee tegelijk.
Eén uur tegelijk.
Tot je uiteindelijk je kind in je armen hebt.
Dat is óók kracht.
Misschien wel de grootste vorm ervan.